1740: Eerste Bijeenkomsten van Lutheranen

In 1740 begonnen lutheranen in Suriname met het organiseren van bijeenkomsten waar opbouwende liederen werden gezongen en lezingen werden gehouden. Deze bijeenkomsten werden echter door de regering verboden omdat ze als strijdig met de wetten van soevereiniteit werden beschouwd.

1741: Verkrijging van Toestemming voor Oprichting

Na de verboden bijeenkomsten werd er serieus gewerkt aan een vergunning voor religieuze vrijheid en het oprichten van een gemeente. De heer Frants Lorents Wriedt, lid van het toenmalige Hof, speelde een cruciale rol in het verkrijgen van goedkeuring van het Hof en de Gouverneur. De Evangelisch-Lutherse Congregatie in Amsterdam werd ingeschakeld voor ondersteuning bij de oprichting van de gemeente.

21 maart 1742: Ondertekening van het Oprichtingsprotocol

In Amsterdam werd het officiële protocol voor de oprichting van de Lutherse gemeente in Suriname ondertekend. Dit markeerde de formele oprichting van de oudste Lutherse gemeente in Zuid-Amerika en het Caribisch gebied.

2 september 1744: Eerste Steenlegging van de Kerk

De eerste steen voor het nieuwe kerkgebouw werd gelegd door Frants Lorents Wriedt, een sleutelfiguur in de oprichting van de gemeente. Helaas overleed Wriedt op 17 oktober 1744, waardoor de Lutherse gemeente een belangrijke voorvechter verloor.

17 oktober 1744: Overlijden van Frants Lorents Wriedt

Frants Lorents Wriedt, die de eerste steen van de kerk had gelegd en een belangrijke rol had gespeeld in de oprichting van de Lutherse gemeente, overleed. Zijn overlijden werd als een groot verlies voor de jonge gemeente beschouwd.

13 april 1747: Inwijding van de Kerk

Het nieuwe kerkgebouw werd officieel ingehuldigd door pastoor Mellinghuijs. Deze gebeurtenis markeerde een belangrijke stap in de vestiging en erkenning van de Lutherse gemeente in Suriname.

1757: Oprichting van de Koffieplantage Johann en Margaretha

Om de financiële problemen van de kerk te verlichten, ontving de gemeente een stuk land van 250 velden voor de oprichting van een koffieplantage van Johann F. Knöffel. De plantage werd bekend als Johann en Margaretha, later Kerkigron genoemd door de slaven.

1820: Oprichting van de Commissie voor de Protestantse Kerken in Oost- en West-Indië

De Lutherse gemeente viel onder de nieuw opgerichte Commissie voor de Protestantse Kerken in Oost- en West-Indië. Deze commissie bemoeide zich met de kerkelijke zaken en plaatste de Lutherse gemeente in een geïsoleerde positie ten opzichte van andere Lutherse kerken wereldwijd.

1959: Opheffing van de Commissie

De Commissie voor de Protestantse Kerken in Oost- en West-Indië werd opgeheven. Dit markeerde een keerpunt, aangezien de Lutherse gemeente in Suriname nu meer autonomie kreeg en kon beginnen met het uitbreiden van haar contacten met andere Lutherse kerken wereldwijd.

1971: Samenwerking met de Lutherse Kerk in Nederland

Een formele samenwerking werd tot stand gebracht met de Lutherse Kerk in Nederland. Deze samenwerking was bedoeld om de isolatie van de Lutherse gemeente in Suriname te doorbreken en de kerk te verbinden met een breder netwerk van Lutherse gemeenschappen.

1972: Contact met de Lutheran World Federation (LWF)

Ds. Schneider en bro. L. King legden de eerste contacten met de Lutheran World Federation (LWF). Dit resulteerde in een toenemende betrokkenheid van de Surinaamse Lutherse kerk bij internationale Lutherse netwerken.

Januari 1977: Organisatie van een Conferentie van Lutherse Kerken

De Lutherse Kerk in Suriname organiseerde een belangrijke conferentie met deelname van Lutherse kerken uit het Caribisch gebied, evenals delegaties van de LWF en de Lutheran Church in Amerika. Deze conferentie markeerde een hoogtepunt in de ontwikkeling van de kerk in Suriname en versterkte haar internationale reputatie.

1978: Toelating tot de Lutheran World Federation

De Evangelisch-Lutherse Kerk in Suriname werd officieel toegelaten tot de Lutheran World Federation (LWF), een belangrijke erkenning die de internationale status van de kerk bevestigde.

1981: Aankomst van Missionaris ds. V. Naffier

De eerste missionaris, ds. V. Naffier, arriveerde in Suriname. Zijn komst markeerde een verdere verdieping van de internationale samenwerking en ondersteuning van de Lutherse Kerk in Suriname.

1983: Start van Theologische Studie door Marjorie I.L. Slagtand

Marjorie I.L. Slagtand begon haar theologische studie in Suriname, wat een belangrijke stap was richting de ontwikkeling van een lokaal leiderschap binnen de Lutherse Kerk.

1985: Start van Theologische Studie door Rev. C. Leonard

Rev. C. Leonard begon zijn studie aan het Studie- en Trainingscentrum van de EBGS. Deze stap bevorderde de vorming van nieuwe leiders binnen de Lutherse Kerk in Suriname.

6 augustus 1995: Wijding van Pastor Pearl I. Gerding en Pastor Dominion Michel Stewart

Pastor Pearl I. Gerding en Pastor Dominion Michel Stewart werden gewijd als predikanten. Dit markeerde een belangrijk moment in de geschiedenis van de kerk, met de komst van twee nieuwe leiders die bijdroegen aan de verdere groei en ontwikkeling van de gemeente.

Augustus 2008: Toetreding van Dominee Kevin Jacobson

Dominee Kevin Jacobson voegde zich bij de ELKS via de Mission of the Lutheran Church of America (ELCA). Hoewel hij geen Surinamer was, bracht zijn toetreding nieuwe perspectieven en internationale ervaringen naar de kerk.

7 december 2008: Bevestiging van Dominee Kenneth Kross

Dominee Kenneth Kross werd bevestigd als predikant bij de Lutherse Kerk in Suriname. Deze benoeming versterkte de aanwezigheid en invloed van de kerk in de regio.

April 2010: Bevestiging van Pastor Glenn Blom

Pastor Glenn Blom werd bevestigd als predikant bij de Lutheran Church in Suriname en werd beroepen door de Community of Hope. Deze bevestiging kwam op een tijdstip van groei en ontwikkeling binnen de kerk.